Europese doelstellingen voor 2020 vragen om grote investeringen.

Profiel AANL3 Op 2 maart 2015 in de krant: “EU-doelstelling voor innovatie lijkt ver weg”. Helaas heeft dit artikel geen enkele nieuwswaarde.  Het is al lang bekend dat Nederland de Europese doelstellingen voor 2020, op het gebied van hernieuwbare energie en het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen, niet gaat halen. Althans hier heel ver op achter ligt. En laten dit nou net terreinen zijn waarvoor het noodzakelijk is dat er substantieel en structureel geïnvesteerd wordt in innovatie. Dat deze investeringen achterblijven wisten we dus al.

Maar zelfs als die investeringen vanaf vandaag wel overvloedig zouden plaatsvinden, dan hebben we nog te maken met de onwil van beslissingsmakers om de nek uit te steken én de verstorende werking van het huidige subsidiebeleid. De beslissingsmakers kan je het niet eens kwalijk nemen. Zij worden geacht besluitvaardig te zijn, terwijl zij niet de kennis, tijd en mensen hebben om zich de technologische ontwikkelingen op het vlak van energiebesparing en duurzame opwekking van energie eigen te maken. Dat is precies de reden dat Dutch Sustainability Concepts (Green Liz, Green Liz Plus en Green Panels) haar opdrachten krijgt van gemeenten, zorginstellingen, sportaccommodaties en woningcorporaties. Met kennis en uitvoering worden onze opdrachtgevers ontzorgd bij het rendabel maken van investeringen in energiebesparing en -opwekking. Hierdoor wordt een onmisbare bijdrage geleverd aan het realiseren van hun duurzaamheidsdoelstellingen.

Subsidiebeleid heeft altijd een verstorende werking tot gevolg. Subsidie- en financieringsregelingen op het gebied van (hernieuwbare) energie zijn hierop geen uitzondering. Financieringsregelingen met zeer gunstige voorwaarden zijn vaak alleen bereikbaar voor mensen of bedrijven die het niet echt nodig hebben. Wat dat betreft gedraagt de overheid zich niet anders dan een bank. Daarnaast valt op dat de bestaande grote subsidieregelingen zich vrijwel uitsluitend richten op het opwekken van energie (wind, zon, biomassa, et cetera) in plaats van het besparen ervan. Terwijl energie besparen toch echt een duurzamer karakter heeft.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is het uitvoerend orgaan van de, door het ministerie van Economische Zaken ingestelde, SDE+ (Stimulering Duurzame Energieproductie) subsidieregeling. Een pot met geld, 3,5 miljard euro (!) in 2015, bedoeld om niet rendabele hernieuwbare energieprojecten toch van de grond te krijgen. Je mag verwachten dat, in het kader van de doelstellingen voor 2020, het van cruciaal belang is dat projecten die subsidie krijgen toegewezen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Wat is anders de zin van een dergelijke omvangrijke subsidieregeling?

In de praktijk blijkt dat een zeer hoog percentage van de beschikbare SDE+ subsidie wordt toegewezen aan biomassa projecten. De kostprijs per eenheid opgewekte energie is bij deze projecten op papier relatief gunstig. Een verhoudingsgewijs grote toewijzing klinkt daarom logisch en valt vanuit economisch oogpunt te prijzen. Echter, van de biomassa projecten wordt, om verschillende redenen, 80% niet gerealiseerd! Het geld dat aan deze projecten is toegewezen, maar waar om die reden nooit aanspraak op gemaakt zal worden, blijft dus op de plank liggen. Om de doelstellingen voor 2020 te realiseren gaat het niet alleen om meer investeren in innovatie, maar ook om efficiënt en innovatief gebruik te maken van de al beschikbare middelen. Weggeven kan altijd nog!