Zorg voor geschikte woningen voor ouderen

Onderstaand een integraal overgenomen artikel uit Het FD. Het artikel is geschreven door Peter van Lieshout, hoogleraar theorie van de zorg in Utrecht, lid van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) en Voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Alliantie.

Het is voor Den Haag telkens opnieuw een lastige opgave in samenhang te creëren tussen beleidsterreinen. Het is echter wel bijzonder zuur dat dit dreigt te mislukken op het gebied van de langdurige zorg.

Op instigatie van het ministerie van VWS gaat het aantal plaatsen in intramurale voorzieningen fors omlaag. Mensen met beperkingen moeten langer thuis blijven wonen. De komende jaren krimpt de omvang van de intramurale zorg met 30%. Dat betekent dat alleen al de komende vijf jaar meer dan 60.000 mensen die tot op heden naar een intramurale voorzieningen verhuisd zouden zijn, daar niet langer terechtkunnen. En dat terwijl – alle verhalen over een uitdijende AWBZ ten spijt – het aantal intramurale plaatsen per tachtigplusser sinds 1980 al met twee derde is afgenomen.

In de discussie over de vraag hoe die verschuiving opgevangen moet worden, gaat het er nu vooral over hoe gemeenten en zorg- en welzijnsinstellingen de zorg voor mensen die thuis blijven wonen het beste kunnen regelen. Dat is echter slechts een deel van het verhaal. Het is minstens zo belangrijk om te zorgen dat er voor thuiswonende ouderen de komende jaren passende huizen zijn om thuis te wonen. (Dit geldt trouwens ook voor mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening, maar dat terzijde.)

Er zijn nu zo’n 700.000 tachtigplussers, over dertig jaar zijn het er twee miljoen. De babyboomers die nu massaal de arbeidsmarkt verlaten, zijn binnenkort even massaal op zoek naar geschikte woningen. Voor de meesten van hen zullen dat appartement zijn. Die kunnen deel uitmaken van zelfstandige complexen, maar voor veel mensen is het handiger om te gaan wonen in geconcentreerde levensloopbestendige appartementen, gebouwd rondom een dienstencentrum waar zorg- en welzijnsdiensten beschikbaar zijn.

De grote vraag is wie die appartementen gaat bouwen. Er zijn er nu al zo’n 80.000 te weinig. Per jaar worden minder dan 1.000 van deze woningen gebouwd, om de vraag bij te benen zouden het er elk jaar 30.000 moeten zijn. Bovendien richt de blik van woningbouwers zich nog steeds vooral op groeikernen en vinex-wijken, met Nederlands beroemde twee-onder-één-kapwoningen, die een groot deel van de groeiopdracht van na de Tweede Wereldoorlog hebben opgevangen. Moderne tachtigplussers willen echter liever appartementen, liefst in binnenstedelijke gebieden, met de nodige voorzieningen in de buurt. Als het moet willen ze die best kopen, maar meestal zijn ze even tevreden met een huurovereenkomst.

Het extramuraliseringsbeleid van VWS behoeft daarom een parallel traject bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Vanzelf gaan die 30.000 appartementen per jaar er immers niet komen. Woningbouwcorporaties zijn terughoudend met investeringen omdat ze veel verliezen hebben moeten nemen, of omdat ze kopschuw zijn geworden door de politieke druk die hen aanspoort zich weer meer te richten op de sociale woningbouw en het midden- en hogere segment aan marktpartijen over te laten. Marktpartijen zijn in het middensegment nauwelijks nog actief.

Goede woningen voor ouderen zijn cruciaal, niet alleen voor die ouderen zelf, maar ook voor een overheid die kostenbeheersing in de zorg hoog in het vaandel heeft. Nu blijkt al dat mensen die wonen in goede, geclusterde appartementencomplexen met voldoende ontmoetingsplekken en voorzieningen in de buurt minder beroep doen op institutionele zorg. Bovendien genereren ze doorstroming op de woningmarkt – ouderen blijven nu immers vaak in hun eengezinswoning wonen, ook als de kinderen allang het huis uit zijn, omdat ze geen geschikt alternatief hebben.

Als de Haagse overheid haar stevige doelstellingen op het gebied van de langdurige zorg ook daadwerkelijk en op humane wijze wil realiseren, zou ze even stevige doelstellingen moeten stellen op het gebied van de woningbouw voor ouderen. Daar hoort een instrumentarium bij dat de woningcorporaties beloont voor hun prestaties op het gebied van de bouw van appartementen voor ouderen, en straft voor inertie op dat vlak. Zo worden de corporaties aangesproken op hun maatschappelijke rol. Tegelijk is het van belang om ook private investeerders die zich op dit gebied willen wagen, te faciliteren. Extramuralisering van de zorg lukt alleen als er voor de betrokkenen andere muren zijn om tussen te leven.